2. Waarom kleinere getallen sneller gaan
Wanneer je met Calcupal werkt, merk je al snel dat bewerkingen met kleine getallen vaak sneller geautomatiseerd worden dan bewerkingen met grotere getallen. Dit is een bekend ontwikkelingseffect bij het leren rekenen. Naarmate rekenvaardigheden zich ontwikkelen, worden steeds meer rekenfeiten vlot en efficiënt uit het geheugen opgehaald.
Dat verschil heeft onder meer te maken met de manier waarop getallen en rekenfeiten in ons geheugen verwerkt en georganiseerd worden. Ook de grootte van getallen speelt daarbij een rol. Ons brein vormt een mentale voorstelling van getalgrootte, vaak beschreven als een mentale getallenlijn. In onze westerse context worden kleinere getallen daarbij doorgaans links en grotere getallen rechts voorgesteld.
Die verwerking van getalgrootte ontwikkelt zich geleidelijk. Naarmate kinderen meer ervaring met getallen opdoen, kunnen ze getalgrootte sneller en nauwkeuriger inschatten. Bij sommige leerlingen verloopt die ontwikkeling minder vlot. Dat kan samengaan met meer moeite om getallen en rekenbewerkingen snel en correct te verwerken.
Ook bij eenvoudige rekenfeiten zien we duidelijke verschillen. Bewerkingen met grotere getallen worden gemiddeld trager en vaker fout opgelost dan vergelijkbare bewerkingen met kleinere getallen. Daarnaast bestaan er typische uitzonderingen. Rekenfeiten met 5 verlopen vaak vlotter en ook bewerkingen met gelijke getallen, zoals 6 × 6, worden vaak sneller opgelost dan vergelijkbare bewerkingen met verschillende getallen.
Calcupal houdt al bij de opbouw van de testen rekening met deze verschillen in getalgrootte. Daarom zijn verschillende testreeksen verder opgesplitst in deelreeksen, bijvoorbeeld splitsingen tot 5 en van 6 tot 10, tafels van 1 tot 5 en van 6 tot 10, en optel- en aftrekreeksen met kleinere en grotere getallen. Zo kan de ontwikkeling van de automatisatie nauwkeuriger gevolgd worden.
Zelfs wanneer een antwoord rechtstreeks uit het geheugen wordt opgehaald, blijven verschillen in reactietijd zichtbaar. Niet elk rekenfeit wordt dus even gemakkelijk of even snel geautomatiseerd.
Calcupal houdt daar ook tijdens het oefenen rekening mee. Een rekenfeit dat al voldoende beheerst wordt, hoeft niet opnieuw geoefend te worden. Rekenfeiten die nog niet voldoende geautomatiseerd zijn, blijven gericht terugkomen. Zo krijgt iedere leerling vooral oefenkansen waar die nog nodig zijn.
|