Start to Calcupal

De Calcupal webapplicatie test en oefent rekenfeiten op maat van het kind.
Maar, hoe begin je er aan? We helpen je op weg met enkele eenvoudige stappen.

1. Stel in of het kind beginner (extra lees- en invultijd) of gevorderd is. 
2. Laat het kind een test uitvoeren (begin met de eenvoudigste test).
3. Oefen nu op deze test tot alle bewerkingen rekenfeiten zijn (kies een geschikte oefenvorm).
4. Test het kind opnieuw en ga pas over naar een volgende test bij een score van > 93 % rekenfeiten.

Wat zijn rekenfeiten eigenlijk ?

Antwoorden op eenvoudige rekenkundige bewerkingen zijn rekenfeiten als ze zonder tussenkomst van het werkgeheugen, moeiteloos en onbewust uit het langetermijngeheugen worden gehaald.

Met het Calcupal programma gaan we bij ieder kind aan de hand van een test eerst na welke antwoorden uit het langetermijngeheugen gehaald worden en welke bewerkingen nog uitgerekend worden in het werkgeheugen.

Door vervolgens specifiek te oefenen op de resultaten van een afgenomen test gaan we de uitgerekende bewerkingen en antwoorden verschuiven van het werkgeheugen naar het langetermijngeheugen en dus automatiseren.

1. Stel in of het kind beginner of gevorderd is.


Zowel kinderen als volwassenen hebben maar 2 milliseconden nodig om een rekenfeit op te roepen.
Er moet echter nog extra tijd voorzien worden om de bewerking te lezen en het antwoord in te vullen.
Wanneer we als vaardigheid 'beginner' selecteren, dan krijgt het kind 5 seconden oplossingstijd. Een kind dat vaardiger is met de computer stel je in als 'gevorderd'. Dit betekent dat het kind tot 3 seconden krijgt om de bewerking te lezen en het antwoord in te vullen .

Over het algemeen mag de vaardigheid op 'Gevorderd' ingesteld worden vanaf het derde leerjaar. Dit kan uiteraard individueel anders zijn voor elk kind. 
Je kunt je het best baseren op de lichtgroene vakjes van het resultatenrooster. Wanneer de meeste tijden erin 3 seconden of minder bedragen, stel je het kind als 'gevorderd' in.

De vaardigheid aanpassen gebeurt in de persoonlijke data van het kind. Klik op de naam van het kind en selecteer daarna 'Profiel'. Nu kun je de vaardigheid aanpassen van 'beginner' naar 'gevorderd'. Bij het aanmaken van een kind staat de vaardigheid standaard op 'beginner'.

2. Laat het kind een test uitvoeren.

Begin met de eenvoudigste test.
Voor de operatie 'optellen' begin je met 
E+E<=10, dan TE+E<=20 en daarna E+E>10.
Ook voor het aftrekken begin je met de eenvoudigste test (E-E>=0,....).

Begin geen nieuw type test vooraleer de rekenkundige reeks na een tijdlang oefenen en hertesten een resultaat geeft van minstens 93 % rekenfeiten.

3. Oefen op deze test tot alle bewerkingen rekenfeiten zijn.

Nu het kind getest is en de problemen in kaart gebracht zijn, kan het kind specifiek oefenen op zijn problemen.
Er zijn 3 oefenvormen:
- Traditioneel oefenen: Deze oefenvorm is gebaseerd op de fout opgeloste bewerkingen en de bewerkingen die niet binnen de tijdslimiet  opgelost werden. U herkent de lay-out van tijdens de test.
- Oefenen met keuze: U krijgt een oefensessie met 2 keuze-antwoorden.  Eén antwoord is het juiste, het andere is het fout gegeven antwoord uit de test of een 'beredeneerd' foutief antwoord. Het kind dient enkel op een antwoord te klikken.
- Oefenen met modeling: Deze oefenvorm is vooral geschikt voor kinderen waar het automatiseren niet verder evolueert en kinderen met dyscalculie.

4. Test het kind opnieuw.

Wanneer je na enige tijd oefenen een opvallende evolutie vaststelt, hertest je het kind. Indien het voor deze test nu 93 % rekenfeiten behaalt of meer, dan kan er overgegaan worden naar een nieuwe rekenkundige reeks.

Volgende keer....

In een volgende nieuwsbrief gaan we dieper in op het oefenen via de publieke login en de diverse oefenvormen.  
Telkens een stapje dichter bij efficiënt remediëren...
Meer info vind je op www.calcupal.be en voor leuke rekenweetjes word je best fan op facebook
Facebook
Calcupal website
Calcupal webapplicatie